Deel van een geheel
Van "Het Ninove van morgen? Jij hebt gesproken!"
Ga naar het project
Om zich thuis te voelen, moet elke Ninovieter voelen dat hij/zij deel uitmaakt van een groter geheel van mensen die een zeer groot aantal 'gemene delers' hebben.
Taal is bij uitstek de grootste gemene deler. Het lokale dialect kennen (al zijn er wel lokale verschillen), is een kers op de taart. Niet alleen nieuwkomers moeten maximaal aangezet worden de taal aan te leren, maar ook wie hier al jaren woont en de taal nog niet kent. Ninove is een Vlaamse gemeente en dat moet dringend meer in de verf worden gezet. Wie het Nederlands niet machtig is zal nooit Ninovieter kunnen worden. Als dat om grotere groepen begint te gaan, zal dit er ook voor zorgen dat een Ninovieter zich niet meer thuis voelt in de eigen buurt of stad. Dat punt is zelfs al bereikt. Een actief taalbeleid is dan ook noodzakelijk. Geen uitzonderingen, hooguit overgangsmaatregelen voor wie echt nieuw is. Dat we daarbij handelaars en horeca moeten betrekken is duidelijk. Zij komen meer dan de stadsdiensten in contact met anderstaligen. Zelf had ik het idee dat handelaars bvb 10% (taal)korting zouden kunnen geven aan wie hen in het Nederlands aanspreekt. Dat hoeft geen inkomensverlies te betekenen, als die 10% er eerst overal wordt bij gerekend. In dat geval is het zelfs 10% winst indien iemand zijn (taal)korting niet vraagt.
Een tweede gemene deler is onze eet-, drink, en feestcultuur die bijna altijd gebaseerd is op (eeuwen oude) tradities en onze eigen Vlaamse en Ninoofse geschiedenis. En ook al zijn veel van die feestdagen religieus van oorsprong, die religieuze boodschap wordt stilaan verwaarloosbaar. Om zich thuis te voelen moet er dus minstens ook altijd een aanbod van lokale drank en voeding zijn. Zeker op activiteiten door de stad georganiseerd, maar de stad kan dit ook aanmoedigen bij private initiatieven.
Een derde gemene deler zijn de vele verenigingen die de stad rijk is. Sport-, cultuur-, feest-, wijk- of andere verenigingen, zijn plaatsen waar mensen op dezelfde golflengte zitten, mekaar begrijpen, aan één doel werken. Die verenigingen verdienen dus ook ondersteuning, al kan de stad aan elke vorm van steun best een taalvoorwaarde koppelen. Het heeft immers geen zin initiatieven te ondersteunen waar de eigen bevolking zich niet 'thuis' voelt door het gebruik van andere talen.
Maar om me thuis te voelen, is ook het openbaar domein en de infrastructuur van belang. Er moet plaats zijn om in dezelfde taal, in groep (of met de vereniging) samen te komen en die 3 gemene delers uit te spelen. Dat vraagt ontmoetingsruimtes en infrastructuur allerhande, waar dan wel weer de nadruk moet worden gelegd op de taal. Zo kan men aan elke openbare locatie waar mensen mekaar ontmoeten (spelen, sporten, keuvelen) een bordje komen met een tekst 'Wij spelen in het Nederlands', of 'Wij sporten in het Nederlands' of 'Wij lameren in het Nederlands' … Gratis voor wie Nederlands gebruikt, betalend voor anderen. Sporadische controles door stadswachten zijn daarbij een optie. In de eerste plaats om te sensibiliseren en enkel te innen bij wie pertinent blijft weigeren.
